GESCHIEDENIS Laat honderd bloemen bloeien In 1957 nodigde partijleider Mao Zedong de Chinezen uit kritiek te leveren op het doen en laten van de partij. Een jaar later zaten meer dan een half miljoen Chinese intellectuelen vast in werkkampen. Onder hen Peter Liu, in 1979 door Deng Xiaoping gerehabiliteerd.

‘Kortom, mijn tragisch levensverhaal staat model voor de noodlottige geschiedenis van mijn land. Het reflecteert als een spiegel het leven van de Chinese natie.’ In zijn nieuwbouw appartement in Beijing  verwoordt de Chinese geleerde Peter Liu (78) in 2002 onbewogen de conclusie van ons lang gesprek over zijn autobiografie Mirror, A Loss of Innocence in Mao’s China. Zonder een spoor van bitterheid. Voor de westerling die zijn levensverhaal kent, is dat vreemd en vooral onbegrijpelijk.

Eind 1958 zaten zeker 550.000 Chinese intellectuelen als “bourgeois reactionairen” vast in werkkampenLiu, ook vertaler en oud-journalist, bracht in de bloei van zijn leven meer dan twintig jaar door in Chinese werkkampen, de beruchte laogai. Hij werd in maart 1958 als 33-jarige gevangen gezet op het platteland. Honderdduizenden intellectuelen deelden zijn lot als dwangarbeider. ‘Ik was een van de slachtoffers van de campagne tegen zogenoemde ‘bourgeois reactionairen’. In het Frans betekent het woord ‘bourgeois’ burger, maar in het China van Mao Zedong stond het voor “vijand van het volk”.’

Ik heb Peter Liu leren kennen in de jaren negentig toen ik als correspondent in Beijing werkte. De jaren in de werkkampen hadden hun sporen achtergelaten op het lichaam van de man die ooit ‘een boom van een kerel’ moet zijn geweest. Hij liep moeilijk en zijn vingers waren zo stram geworden dat hij niet meer met stokjes kon eten. Maar geestelijk bleek de erudiete geleerde met de nog altijd felle donkere ogen, ongebroken.

Peter Liu signeert zijn autobriografie Mirror - aug 2002

Peter Liu signeert zijn boek Mirror. Foto: ChinaCom

Een vraag over een actueel probleem in China mondde altijd uit in een leerzaam college over de Chinese cultuur en geschiedenis. Met daarbij onbegrepen, als dat ter zake was, onverholen kritiek op het beleid van de communistische regering. Opmerkelijk genoeg kwamen zijn jaren in de werkkampen zelden ter sprake. Peter Liu is niet geobsedeerd door de traumatische ervaringen die de communistische partij hem heeft bezorgd. ‘Het is onmogelijk om gebeurtenissen uit het verleden ongedaan te maken. Hoe tragisch en onrechtvaardig het allemaal ook is geweest. Je kunt maar beter genieten van de mogelijkheden die het leven hier en nu biedt’, aldus Liu.

Die levenshouding bepaalt ook de toon van zijn autobiografie die niet is geschreven vanuit rancune. ‘Oorspronkelijk wilde ik episodes uit mijn leven in korte verhalen neerschrijven. Gestimuleerd door Amerikaanse vrienden ontwikkelde zich langzaamaan het idee voor een boek met mijn complete levensverhaal. Het is meer een ooggetuigenverslag van een stukje moderne geschiedenis dat het lot van China heeft bepaald. De gevolgen van het bewind van Mao Zedong werken immers nog steeds door. Er zijn meer dan een miljard Chinezen omdat Mao aandrong op grote gezinnen want hoe meer handen om te werken, hoe machtiger het land zou worden. Hij ging eraan voorbij dat er dan ook meer magen te vullen waren.’

Laat honderd bloemen bloeien
We schrijven eind jaren vijftig van de vorige eeuw. De communisten waren in China acht jaar aan de macht onder leiding van de stichter van de Volksrepubliek in 1949,  Mao Zedong. De Grote Roerganger en andere politieke leiders zoals de latere premier Zhou Enlai waren ervan overtuigd dat de partij stevig in het zadel zat. Ze zou best enige kritiek kunnen verdragen. Er ging een oproep uit naar alle Chinezen om kritisch commentaar te leveren op het doen en laten van de partij onder de leuze: “Laat honderd bloemen bloeien”.

De oproep, in april 1957, was niet aan dovemansoren gericht. Het regende klachten over een breed scala van onderwerpen. Van corruptie in de partijgelederen tot het beperken van de vrijheid van kunstenaars en van een lage levensstandaard tot de afwezigheid van buitenlandse literaire werken in de boekwinkels. De voornaamste kritiek richtte zich op het monopolie van de communistische partij en het machtsmisbruik dat daarmee gepaard ging.

‘Ik was een van de “bloemen”, constateert Liu Naiyuan, zoals Peter’s Chinese naam luidt. ‘Ik uitte stevige kritiek want er waren veel dingen die mij niet bevielen. Ik raakte bij de partij een gevoelige snaar door te stellen dat alle politieke leiders eerst een behoorlijke opleiding dienden te volgen voordat ze ergens leiding mochten geven. De meeste soldaten in het leger van Mao waren immers boeren van het platteland zonder enige scholing. Een goede guerrillacommandant is toch niet per definitie een goede minister of burgemeester of rector van een universiteit of directeur van een waterleidingsmaatschappij of … vul maar in! Ik maakte het natuurlijk alleen maar erger voor mezelf door te stellen dat elke politieke leider die weigerde zich te laten onderrichten, ontslagen zou moeten worden.’

Peter Liu handelde vanuit zijn overtuiging dat zijn verarmde vaderland bekwame leiders nodig had om er bovenop te komen. ‘Maar de oproep van Mao en de zijnen om kritiek te leveren bleek een booby-trap, een valstrik met rampzalige gevolgen. Al spoedig veranderde de partijleiding van gedachten. Omdat ik tekortkomingen had gerapporteerd, daartoe uitgenodigd nota bene, kreeg ik van de ene op de andere dag het etiket “misdadiger” opgeplakt. En ik was bepaald niet de enige. Eind 1958 zaten zeker 550.000 Chinese intellectuelen als “bourgeois reactionairen” vast in werkkampen.’

Honger, lange werkdagen, geen privacy
De omstandigheden in de werkkampen waren slecht. ‘We hadden altijd honger en maakten lange werkdagen maken op het land. Privacy ontbrak. We waren ondergebracht in slaapzalen en sliepen met twintig tot dertig man in een ruimte die bestond uit één grote ‘kang’. Dat is een lemen bed waar rookkanalen onderdoor lopen die voor een beetje verwarming zorgen. Ieder van ons had op de kang iets van 60 centimeter ruimte voor zichzelf. Van de kampleiding kregen we twee zwarte pakken per jaar, een voor de winter en een voor de zomer. We mochten het terrein van het “boerenstrafbedrijf” niet verlaten. Er waren geen machines om het land te bewerken. We spitten onafzienbare stukken land om. We plantten rijst en andere gewassen. We moesten ook kanalen graven en meren. Uiteindelijk ontpopte ik me tot wijnbouwdeskundige. Voor het zware werk dat we verrichten, kregen we een paar euro zakgeld per maand.’

Peter Liu is van dezelfde generatie als Wu Hongda, de Chinese dissident die in het Westen beter bekend is als Harry Wu. Wu bracht negentien jaar door in de laogai en woont nu in de Verenigde Staten. Hij veroorzaakte in de jaren negentig regelmatig opschudding door onder meer illegaal filmopnamen te maken van Chinese werkkampen die nog steeds bestaan. Peter Liu die ooit zijn “cel” deelde met Wu had zijn wrede lot kunnen ontlopen door vóór de communistische machtsovername, met zijn toenmalige werkgever – het Amerikaans leger – naar de Verenigde Staten te gaan of met de regering van de nationalistische leider Tsjang Kai-sjek naar Taiwan te vluchten. Hij verkoos echter te blijven om mee te werken aan de wederopbouw van zijn land.

‘Ik was erg patriottistisch. Al vanaf toen ik een kleine jongen was. Ik hield van mijn land en ik was er heilig van overtuigd dat mijn land onder de communisten een stralende toekomst tegemoet ging. Ik wilde daaraan mijn steentje bijdragen. Ik ageerde ook absoluut niet tegen de communisten. Het Nationalistisch regime van Tsang Kai-sjek en de bezetting door de Japanners hadden China compleet geruïneerd. De communisten zouden daar verandering in brengen. Naïef misschien, maar zo dacht ik echt.’

Oud geslacht van geleerden
Liu die op zijn veertiende zijn eerste lessen Engels kreeg en de Engelse klassieken op zijn duimpje kent, was bij de communistische leiders bij voorbaat verdacht door zijn verleden. Hij stamt uit een oud geslacht van geleerden. Zijn grootvader was een hoge ambtenaar in dienst van de keizer. Zijn vader diende de Nationalistische regering als diplomaat onder meer in Moskou. Peter en zijn drie broers kregen hun opleiding bij Amerikaanse missionarissen in Shanghai. Peter begon zijn carrière als vertaler bij de Nationalistische overheid, werkte een blauwe maandag als journalist voor een Amerikaans persbureau en was als vertaler in dienst van het Amerikaanse leger dat als bemiddelaar optrad tussen Nationalisten en Communisten om de burgeroorlog te beëindigen.

Hij had geen enkele kans om de laogai te ontlopen. Dat blijkt ook uit zijn oorspronkelijk in het Engels geschreven autobiografie. Zijn gedetailleerde weergave van verhoren, zelfkritieksessies en gebeurtenissen geven een huiveringwekkend beeld van de repressie onder het bewind van Mao. Het is een indrukwekkend tijdsdocument geschreven door een “willekeurige” Chinese burger die een opmerkelijke alledaagsheid aan de dag legt in de beschrijving van de ontberingen, vernederingen en tegenspoed.

Liu werd pas in februari 1979 vrijgelaten en volledig gerehabiliteerd. Dat was toen de in 1997 overleden Deng Xiaoping in Beijing de touwtjes in handen kreeg. Liu was toen 55 jaar. Op dat punt eindigt zijn boek. Zijn leven kreeg daarna nog een dramatische wending maar in positieve zin. Hij ontmoette zijn tweede echtgenote Yu Qin, een lerares Engels die ruim twintig jaar jonger is, maar ook meer dan haar deel heeft gekregen van de onderdrukking door de communistische partij. ‘Neem van mij aan’, zegt Peter met een vette glimlach, ‘je kunt rampspoed beter in het begin van je leven ervaren en voorspoed en geluk later. Dan omgekeerd.’ Zijn flonkerende ogen blijven rusten op Yu Qin. ‘Zonder haar goede zorg en liefde was ik nu een wrak geweest, als ik dan tenminste nog had geleefd.’

Mirror, A Loss of Innocence in Mao’s China door Peter Liu. Xlibris Corporation, Bloomington (IN), USA 2001. ISBN 1-888-795-4274. 436 p. – www.Xlibris.com

Naschrift Yvonne: Peter Liu is op 19 september 2007 na een kort ziekbed in Beijing overleden. Hij is 83 jaar geworden.